ChristenUnie
Alcoholmisbruik jeugd gaat iedereen aan

Kanttekeningen bij Wet werken naar vermogen

Aandacht voor decentralisatiedossiers Stil zijn & praten over de Oorlog Proza voor de Binnenstad Pleidooi voor handhaven Evenementenbeleid
Home > Bestuur, Sport en Cultuur > Bezuinigingen, 2e ronde

Bezuinigingen, 2e ronde

Geschreven door John van Boven op woensdag 11 januari 2012
Maandag 9 januari 2012 heeft de raad gedebatteerd in een meningvormende ronde over de 2e trap bezuinigingen. Er moet 8 miljoen worden bezuinigd: 4 miljoen op bedrijfsvoering en 4 miljoen op subsidierelatie. Het debat had als doel om het college piketpalen aan te reiken waarbinnen bij de Perspectiefnota concrete voorstellen van het college moeten vallen. Dus richtinggevend.
Hieronder de bijdrage van de fractie van de ChristenUnie

1. Context, ofwel korte samenvatting van het voorafgaande
- nota 26 april 2011:
o andere rol overheid
o effectiviteit van beleid
o compensatie wegvallende rijksmiddelen
o iedereen moet kunnen meedoen
o verbinding zoeken met bewoners, maatschappelijke partners, bedrijven
o bundeling van expertise op uitvoeringsniveau

- nota 21 september 2011
o maatschappelijke opgave staat centraal
o een compacte overheid vraagt fundamenteel nadenken over de rol van de gemeente in de samenleving
o bij het sturen van onze partners is het maatschappelijk effect leidend
o ambtenaren: definiëren van resultaat en uitvoering overlaten aan anderen

- nota 19 september 2011 over de organisatie
o compacte overheid is geen doel, maar middel om te komen tot effectieve, efficiënte en flexibele samenwerking
o kernbegrippen: vakmanschap, verbinding, verantwoordelijkheid, vertrouwen
o overheid heeft niet altijd als eerste de (hoofd)rol
o uitgangspunten HNW

- bijeenkomst 3 oktober 2011
o steeds afvragen wie beleid het beste kan uitvoeren
o benutten van verbindende en creërende kracht van partners
o domeinbenadering

2. consequenties van de uitgangspunten
- begrippen als effectiviteit en effiency vragen om flexibiliteit van de organisatie. Dan staan schotten in de weg (2) en dan moeten we meer gebruik maken van al aanwezige infrastructuur (4). Dan is samenwerking vereist op de manier waarop de domeinbenadering inhoud wordt gegeven. Dat geldt voor cultuur (vb Thorbeckegrachtfestival, Kameroperahuis) (5) maar evengoed voor instellingen in het sociale domein (8)
- de andere rol van de overheid komt tot uitdrukking in de verschuiving van minder uitvoering naar meer regie. Dat vraagt ook acceptatie van de gevolgen van die verschuiving.
o Duidelijk onderscheid tussen doelen en middelen houdt in het aanvaarden van het feit dat zaken anders uitgevoerd kunnen worden dan gedacht. Beoordelen op alleen resultaat hoort daar bij en natuurlijk op de prijs/prestatieverhouding. Er komt meer nadruk op de controlerende rol van de raad. Dat betekent niet per definitie dat er minder beleid kan komen (1)
o Outcome moet een belangrijke factor worden. In gewenste formulering bij de PPN en de begroting, in controlerende zin bij de jaarrekening. Is randvoorwaarde voor het nieuwe werken
o Nieuwe relatie is geen confectie. Vertrekpunt blijft dat gemeente verantwoordelijk blijft voor de doelen (3). Die zijn sneller geformuleerd op het gebied van zorg en welzijn, dan op het terrein van de ruimtelijke ordening. De gewenste rol van partners bepaalt ook de mate van vanzelfsprekendheid van bijdrage in de kosten van planvoorbereiding (10).

3. Concreet
- samenwerking is niet alleen een consequentie van gewenst beleid, maar ook een nadrukkelijke doelstelling (4), (5). We realiseren ons dat dit in het uitvoeringsgebied ligt en zullen het moeten overlaten aan de partners. De mate van samenwerking kan een subsidiecriterium zijn
- sturing vanuit gewenst resultaat is wat anders dan sturing van processen. Juichen we toe, maar is wel een andere manier van omgaan.
- Grotere verantwoordelijkheid leggen bij de ontvanger vraagt binnen het domein van welzijn extra aandacht.
o Het gevoel van "over de schutting" ligt op de loer en niet iedereen kan omgaan met de eigen verantwoordelijkheid. We hebben het gevoel dat er ook veel aankomt op een effectieve en efficiënte samenwerking in de keten (6)
o Wat ons betreft gaat het niet zo zeer om claimrecht, als wel om een sterker onderscheid tussen recht hebben op en nodig hebben. De vraag is meer of mensen die hulpmiddelen zelf kunnen bekostigen ook in aanmerking moeten komen voor vergoedingen (7)
o Wij vinden dat er meer gewerkt moet worden vanuit de vraag om zorg dan vanuit het aanbod van zorg
- Ook voor het onderwijs geldt, dat het resultaat – kwaliteit van onderwijs voor elke Zwolse leerling – een verantwoordelijkheid is van de gemeente en dat scholen vrij zijn in het bepalen van de route. De regie van samenwerking tussen schoolbesturen ligt dan meer bij de scholen zelf (9).

4. Randvoorwaarden voor realiseren van de bezuinigingen
- HNW is een cultuuromslag. Cultuuromslagen gaan langzaam en vragen veel begeleiding. Het lijkt ons goed om bij de concrete bezuinigingsvoorstellen ook aangegeven te krijgen op welke manier die begeleiding gestalte gaat krijgen
- Een andere relatie met ,maatschappelijke partners vraagt ook wat van die partners. Op zijn minst een vergelijkbare benadering van de problematiek.
- Het nieuwe werken vraagt op alle fronten een vergelijkbare benadering. Congruentie is noodzaak voor geloofwaardigheid
- Samenwerking is er niet vanzelf. Dat moet georganiseerd worden.

5. conclusie van de fractie
De marsroute is helder en ligt in lijn met vorige notities en heeft onze instemming.
- Procesmatig
o we leggen nadruk op een duidelijke regierol. Zowel intern als naar buiten, naar de maatschappelijke partners.
- Inhoudelijk:
o vragen we extra aandacht vragen voor het domein van de zorg. Eigen verantwoordelijkheid prima, maar dan wel vanuit de zekerheid dat men het aankan. De vangnetfunctie moet dan ook blijven
o Dat moeten blijven geldt ook voor de burgerparticipatie: het bevorderen van de onderlinge betrokkenheid maar ook het verder uitwerken van interactief werken.
o Stelling 10 heeft gevaarlijke kanten. Valkuil kan zijn dat voeding wordt gegeven aan het gevoel dat het de projectontwikkelaars zijn die de inrichting van de stad bepalen. De gemeente moet ten alle tijden leidend blijven.
 

 De ChristenUnie is een stabiele en betrokken partij, bruggenbouwers. Een solide financiële basis vinden we belangrijk. Onze kiezers zijn belangrijk voor ons, maar dat zijn ALLE Zwollenaren. Voor hen doen we het. Als coalitiepartij sinds 2002. Zwolle is mijn stad.